Terug naar het overzicht

Next
up — Mirarts

fullscreen

De waarde van kunsteducatie en eigenwaarde van en voor de vmbo-leerling

BESCHRIJVING:

Van alle leerlingen in Nederland die naar het voortgezet onderwijs gaan, krijgt meer dan 50 % een vmbo-advies. Vmbo’ers scoren vaak laag op vakken als wiskunde en taal en juist op deze cognitieve vaardigheden is door meetmethodes in onderwijs en politiek de nadruk komen te liggen. De eenzijdige focus op deze vaardigheden kan van invloed zijn op de eigenwaarde van vmbo-leerlingen. In dit onderzoek wordt nagegaan of meer gelijkwaardigheid van de bij kunsteducatie opgedane vaardig-heden hierin meer evenwicht zou kunnen brengen. Beeldende vorming spreekt door het hoge ‘doe’-gehalte vmbo-leerlingen aan. Meer inzicht in en gelijkwaardigheid van de hierbij opgedane vaardigheden zou kunnen worden gerealiseerd door het curriculum aan te passen aan deze doelgroep. Vanuit deze invalshoeken is de onderzoeker in de eigen beroepspraktijk met eerstejaars vmbo-leerlingen een actie-onderzoek in de vorm van een vergelijkende casestudy opgestart en is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:

Hoe kan actualisering van het kunstcurriculum en het streven naar een meer gelijkwaardige positie van het vak beeldende vorming, de eigenwaarde van leerlingen in het vmbo-onderwijs versterken?

Om antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag hebben binnen de case interventies plaatsgevonden. Deze hadden betrekking op actualisering van het kunstcurriculum, het formatief beoordelen en het werken in een betekenisvolle context. Zowel vooraf als na afloop van de interventies is kwantitatief onderzoek gedaan. Bij 102 leerlingen zowel binnen als buiten de case zijn vragenlijsten afgenomen over eigenwaarde en kijk op het vak beeldende vorming. De voormeting vormde naast de literatuurstudie een uitgangspunt voor verder kwalitatief onderzoek. Hierbij werden leerlingen binnen de case geïnterviewd en geobserveerd naar aanleiding van de gedane interventies.

Literatuuronderzoek naar eigenwaarde toonde aan dat deze berust op zowel interne als externe factoren en dat onderwijs als externe factor hierop van invloed kan zijn. In “The six pillars of self-esteem” beschrijft de Amerikaanse psycholoog Branden ‘zes pilaren’, zoals bewust leven en zelfacceptatie, die als interne factoren de basis van de eigenwaarde ofwel van het self-esteem vormen (Branden, 1994).
Bij het kwantitatief onderzoek gaven de vragenlijsten interessante en bruikbare inzichten over de leerlingen. Causale verbanden waren hierbij vanwege variabelen tussen case en vergelijkende case niet voldoende aantoonbaar. Binnen de case was een stijging van de eigenwaarde af te lezen. Deze stijging is in dit onderzoek niet statistisch onderbouwd.

Interviews en observaties binnen het kwalitatief onderzoek hebben aangetoond dat leerlingen zich door de interventies in het bijzonder door het formatief beoordelen meer bewust werden van hun vaardigheden en de toepasbaarheid hiervan. Bewustwording en zelfinzicht zijn zaken die rechtstreeks aansluiten op de “six-pillars of self-esteem”. Volgens Branden kun je hierdoor zelf invloed leren uitoefen op die “six pillars” en daarmee je self-esteem versterken (Branden, 1994).

Onderzoek van de literatuur, interviews en observaties toonde aan dat mede door gedane interventies, het vak beeldende vorming een bijdrage kán leveren aan het versterken van de eigenwaarde van de vmbo-leerling. Voor het leggen van causale verbanden is verder onderzoek bij een grotere groep en inzet van iemand met de expertise in de sociale psychologie noodzakelijk. De eerste aanzet is met deze meesterproef gedaan.

Online op
30 juni

Tijdens de opening van graduation show NEXT UP 2016 wordt het digitale platform van de Fontys Hogeschool voor de Kunsten Beeldend gelanceerd.